Achter de ERE-certificaten die jij als thuislader kunt verdienen, zit een Europese richtlijn: RED III. Voluit: de Renewable Energy Directive III. Deze richtlijn is de reden waarom jouw laaddata ineens geld waard is. We leggen uit hoe dat werkt.
Wat is RED III?
RED III is de derde versie van de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie. De richtlijn stelt bindende doelen voor het aandeel hernieuwbare energie in de transportsector. EU-lidstaten moeten die doelen vertalen naar nationale wetgeving.
Voor Nederland betekent dat een CO2-vermindering van minimaal 14,5% in de transportsector. Dat is een forse opgave, want het overgrote deel van het transport rijdt nog op fossiele brandstoffen.
De verplichting voor brandstofleveranciers
Om die 14,5% te halen, legt de Nederlandse overheid een verplichting op aan brandstofleveranciers (Shell, BP, TotalEnergies en anderen). Zij moeten jaarlijks aantonen dat een deel van hun brandstoflevering hernieuwbaar is.
Dat doen ze door ERE-certificaten in te leveren bij de NEa (Nederlandse Emissieautoriteit). Hoe meer ze inleveren, hoe meer ze voldoen aan hun verplichting.
Waar komen die certificaten vandaan?
Hier kom jij in beeld. Elke keer dat je je elektrische auto thuis oplaadt met hernieuwbare stroom, vermijd je CO2-uitstoot. Die vermeden uitstoot wordt omgezet in ERE-certificaten.
De keten werkt als volgt:
- Jij laadt thuis. Je laadpaal meet hoeveel kWh je verbruikt.
- Een inboekdienstverlener registreert je data. Die stuurt het naar de NEa.
- De NEa maakt ERE-certificaten aan. Op basis van de CO2-reductie die jouw laden vertegenwoordigt.
- Brandstofleveranciers kopen de certificaten. Zij hebben ze nodig om aan hun verplichting te voldoen.
- Jij ontvangt de opbrengst. Minus de commissie van de inboekdienstverlener.
Waarom is de prijs stabiel?
De vraag naar ERE-certificaten is niet vrijwillig. Brandstofleveranciers moeten ze kopen, anders riskeren ze boetes. Dat geeft een bodemprijs. Zolang de RED III-verplichtingen stijgen (en dat doen ze tot 2030), blijft de vraag structureel.
Het aanbod groeit langzamer dan de vraag, omdat veel thuisladers zich nog niet hebben aangemeld. Dat houdt de prijs op peil.
Wat verandert er ten opzichte van RED II?
RED III verscherpt de doelen en verbreedt het systeem:
- Hogere CO2-reductiedoelen voor de transportsector
- Meer sectoren: naast wegvervoer nu ook binnen- en zeevaart
- Particulieren kunnen meedoen: het oude HBE-systeem was vooral gericht op bedrijven
- Meetmethode verandert: van energie-inhoud (gigajoule) naar werkelijke CO2-reductie (kilogram)
EU-niveau versus Nederlandse implementatie
RED III is een Europese richtlijn. Dat betekent dat Brussel het doel stelt, maar elke lidstaat zelf bepaalt hoe dat doel wordt behaald. Dit verschil is belangrijk om te begrijpen waarom Nederland een eigen ERE-systeem heeft.
Op EU-niveau schrijft RED III twee parallelle doelen voor in de transportsector:
- Een aandeel hernieuwbare energie van minimaal 29% in 2030, of
- Een CO2-reductie van minimaal 14,5% in 2030 ten opzichte van een fossiele referentie.
Lidstaten mogen kiezen welk spoor ze volgen. Duitsland kiest bijvoorbeeld voor een CO2-reductiespoor via zogeheten THG-quoten, Frankrijk houdt vast aan een energie-inhoud-benadering. Nederland kiest voor het CO2-reductiespoor, uitgevoerd via het ERE-systeem. Die keuze verklaart waarom de Nederlandse rekeneenheid in kilogram CO2 is, en niet in gigajoule of percentage biobrandstof.
Het praktische gevolg: ERE-certificaten uit Nederland zijn niet zomaar verhandelbaar op de Duitse of Franse markt. Elk land heeft zijn eigen certificatensysteem. Voor jou als thuislader betekent dit dat jouw kWh’s alleen meetellen in de Nederlandse markt, afgedwongen door de Nederlandse Emissieautoriteit.
Timeline tot 2030
De brandstoftransitieverplichting is geen vast percentage, maar een jaarlijks stijgend pad. Dat bepaalt de vraag naar ERE-certificaten en daarmee indirect de marktprijs.
| Jaar | Verplichting brandstofleveranciers | Verwachte ERE-vraag |
|---|---|---|
| 2026 | 14,4% | Startjaar, aanbod beperkt |
| 2027 | 17,0% | Stijgende vraag, MID-deadline actief |
| 2028 | 19,8% | Versnelde groei elektrisch wagenpark |
| 2029 | 24,1% | Piekvraag verwacht |
| 2030 | 28,4% | Einddoel RED III |
Tussen 2026 en 2030 verdubbelt de verplichting bijna. Tegelijk groeit het aanbod aan ERE’s mee: meer EV’s, meer thuisladers met MID-meter, meer geregistreerde VvE-laadpunten en meer openbare laadpalen. Of de prijs stabiel blijft, stijgt of daalt hangt af van welke kant het hardst groeit.
Na 2030 is er een vervolgtraject: de Europese Commissie bereidt op dit moment een vierde revisie voor (in de wandelgangen RED IV genoemd) met een horizon naar 2040. Voor de eerstkomende jaren is echter RED III het kader waarbinnen de Nederlandse ERE-markt werkt.
Wat betekent dit voor jou?
Als je een elektrische auto hebt en thuis laadt, zit je aan de aanbodkant van een markt die door wetgeving wordt aangedreven. De vraag is gegarandeerd, de opbrengst is concreet en het enige wat je hoeft te doen is je aanmelden.
De vervuiler betaalt. Jij profiteert.
Benieuwd wat jouw laadpaal oplevert?
Bereken in 30 seconden hoeveel je per jaar kan verdienen met ERE-certificaten, of meld je direct gratis aan.
Bas van Dijk
ERE-specialist bij Laadbonus
Bas volgt de ERE-markt, wetgeving en laadinfrastructuur op de voet en vertaalt dit naar praktisch advies voor EV-rijders.