Een stille uitbreiding in de ERE-regeling die voor de bouw en infra-sector veel waard kan zijn: vanaf 1 januari 2026 telt elektriciteit die je in mobiele machines laadt mee voor ERE-certificaten. Onder het oude HBE-systeem waren elektrische graafmachines, hijskranen, heftrucks en ander mobiel materieel uitgesloten. Nu kunnen bouwbedrijven en MKB’ers met elektrisch materieel de geladen kWh’s omzetten in inkomsten.
Wat is er precies veranderd?
In de oude HBE-systematiek konden alleen leveringen aan voertuigen voor het wegtransport (en in beperkte mate spoor) worden ingeboekt. De brede definitie van “vervoer” onder de herziene Europese richtlijn RED III is door Nederland vertaald naar de brandstoftransitieverplichting, en die verplichting kent een ruimere scope. De NEa heeft expliciet bevestigd dat onder het nieuwe ERE-systeem ook leveringen van elektriciteit aan mobiele machines kunnen worden ingeboekt.
In de praktijk gaat het dan bijvoorbeeld om:
- Elektrische graafmachines en rupskranen op een bouwplaats
- Elektrische heftrucks en reachtrucks in een magazijn
- Elektrische verreikers, hoogwerkers en mini-shovels
- Elektrische bouwliften en torenkranen
De voorwaarde is dezelfde als bij een laadpaal voor voertuigen: de geladen elektriciteit moet meetbaar zijn met een gecertificeerde MID-meter, en de inboeking loopt via een inboekdienstverlener.
Wat levert dit concreet op?
Voor één graafmachine of kraan loopt het verbruik snel op. Een middelgrote elektrische rupskraan van 25 ton verbruikt al gauw 100 tot 150 kWh per draaidag. Bij 200 inzetdagen per jaar zit je op 20.000 tot 30.000 kWh per machine.
Een rekenvoorbeeld bij 25.000 kWh per jaar, geladen vanaf het net (50,5 procent hernieuwbaar) en een netto opbrengst van € 0,11 per kWh:
- 25.000 × 0,11 = € 2.750 per machine per jaar
Laad je vanaf de bouwhub met eigen zonnepanelen of een gecertificeerd PPA op groene stroom, dan telt 100 procent als hernieuwbaar. De opbrengst verdubbelt dan bijna richting € 5.000 per machine per jaar. Voor een wagenpark of materieelpool met meerdere elektrische machines tikt dat snel aan.
Wat heb je technisch nodig?
De ERE-regeling stelt drie eisen, waarvan de eerste de meeste aandacht verdient:
1. Een MID-gecertificeerde meting per machine of laadpunt Net als bij thuisladen geldt: de meter moet voldoen aan de Measuring Instruments Directive. Een losse meter in de aansluiting telt niet mee. Bij vaste laadinfra op een bouwhub of magazijn is dit eenvoudig met een laadpaal die de meter ingebouwd heeft. Bij mobiele snelladers op de bouwplaats moet je nagaan of de unit zelf MID-gecertificeerd is. Vanaf 2027 is een losse MID-meter buiten de laadpaal sowieso niet meer toegestaan.
2. Een eenduidige aansluiting met EAN-code De partij die de elektriciteit afneemt moet ook de aanvrager van de ERE’s zijn. Bij een vast bouwhub-terrein is dat goed te regelen. Bij wisselende bouwplaatsen met een tijdelijke aansluiting is dit complexer; sommige inboekdienstverleners bieden inmiddels een aansluiting onder hun eigen EAN voor mobiele inzet.
3. Een inboekdienstverlener die mobiel materieel ondersteunt Niet elke partij heeft mobiele machines al in de productlijst staan. Vraag expliciet of de dienstverlener inboekingen voor non-road mobile machinery accepteert, en hoe de data wordt aangeleverd: handmatig op basis van een MID-uitlezing, of automatisch via het laadsysteem.
Voor welke bedrijven is dit interessant?
Drie groepen waarvoor de business case nu aantrekkelijk wordt:
- Aannemers en grondverzetbedrijven met een eigen bouwhub of materieelpool. Hier draait het om volume: één machine met 25.000 kWh per jaar levert al een paar duizend euro op.
- Logistieke MKB’ers met een DC of magazijn, waar elektrische heftrucks en reachtrucks dagelijks worden bijgeladen. Verbruik per truck is lager, maar het aantal trucks compenseert dat vaak.
- Verhuurbedrijven van bouwmachines die hun verhuurde elektrische machines aansluiten op eigen laadinfra. Hier ligt de uitdaging in de afspraken met de huurder over wie de ERE-opbrengst krijgt.
Het is goed om bij de keuze van een inboekdienstverlener vooraf te checken of zij ervaring hebben met dit type inboekingen.
Tijdpad voor 2026
Het vernieuwde Register Energie voor Vervoer opent naar verwachting in mei of juni 2026. Vanaf dat moment kunnen inboekdienstverleners mobiele-machine-inboekingen daadwerkelijk verwerken. De ERE-opbrengst geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026, dus eerder geladen kWh’s tellen mee zodra de registratie rond is. Een inventarisatie van je elektrische machinepark, het bijhouden van MID-uitlezingen en het selecteren van een inboekdienstverlener zijn de stappen die je nu al kunt zetten.
Bereken een indicatie van de ERE-opbrengst voor jouw situatie, of meld je laadinfra aan.
Benieuwd wat jouw laadpaal oplevert?
Bereken in 30 seconden hoeveel je per jaar kan verdienen met ERE-certificaten, of meld je direct gratis aan.
Bas van Dijk
ERE-specialist bij Laadbonus
Bas volgt de ERE-markt, wetgeving en laadinfrastructuur op de voet en vertaalt dit naar praktisch advies voor EV-rijders.